Lees hier het arrest van de Nederlandse Raad van State van 23 juli 2025 over Dublin, de opvangproblematiek van asielzoekers en het niet-naleven door Belgische politici van rechterlijke uitspraken.
Uittreksel uit het arrest:
“5.4.1. Uit het AIDA-rapport van mei 2024 volgt dat Belgische rechters sinds midden oktober 2021 in bijna 9.000 zaken hebben geoordeeld dat de Belgische autoriteiten het recht op opvang schenden. Uit het rapport van Amnesty International van 2 april 2025 volgt dat Belgische rechters sinds 2021 in meer dan 10.000 zaken tot dat oordeel zijn gekomen. Deze Belgische rechters hebben het argument van de Belgische Staat en Fedasil dat zij geen opvang kunnen garanderen omdat sprake is van overmacht, verworpen. Zij hebben daarnaast overwogen dat asielzoekers moeten worden doorverwezen naar instanties van algemene publieke bijstand (hierna: leefgeld), indien het opvangnetwerk vol is. De rechters hebben de Belgische staat en Fedasil daarom onder meer opgedragen om asielzoekers zonder uitstel toegang te geven tot opvang, op straffe van een dwangsom. Vanwege het niet naleven van deze uitspraken hebben de rechters ook daadwerkelijk dwangsommen opgelegd aan de Belgische autoriteiten. Ook deze dwangsommen worden niet betaald. Het EHRM heeft in dit verband een grote hoeveelheid zogenoemde ‘interim measures’ toegewezen. Daarnaast heeft het EHRM België in het arrest van 18 juli 2023, Camara, ECLI:CE:ECHR:2023:0718JUD004925522, veroordeeld voor een schending van artikel 6 van het EVRM, vanwege een systematisch falen van de Belgische autoriteiten om definitieve gerechtelijke beslissingen over de opvang van verzoekers om internationale bescherming uit te voeren.
5.4.2. De Afdeling leidt hieruit af dat asielzoekers in België, doordat de Belgische autoriteiten rechterlijke uitspraken niet naleven en dwangsommen niet betalen, ook geen toegang hebben tot effectieve rechtsbescherming van hun recht op opvang. Zij is daarom van oordeel dat in België ook op het gebied van rechtsbescherming sprake is van structurele tekortkomingen, die maken dat niet-kwetsbare alleenstaande mannen de geconstateerde tekortkomingen in de opvangvoorzieningen niet effectief bij de Belgische rechter kunnen afdwingen.
Houding van de Belgische autoriteiten
5.5. Partijen zijn het er niet over eens of de Belgische autoriteiten onverschillig staan tegenover de tekortkomingen in de opvangvoorzieningen en het ontbreken van toegang tot een effectief rechtsmiddel. De Afdeling komt tot de conclusie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Dat legt zij hieronder uit.
5.5.1. Anders dan ten tijde van de uitspraak van 13 maart 2024, blijkt in de eerste plaats niet langer dat de Belgische autoriteiten zich inzetten om nieuwe opvangplaatsen te creëren. Gelet op wat is overwogen onder 5.3.2, is er geen perspectief meer op de opening van nieuwe opvangplaatsen en lijken de Belgische autoriteiten ernaar te streven de opvangcapaciteit af te bouwen. De Afdeling wijst in dit verband ook op de ontradingscampagne die in maart 2025 is gestart door de Belgische autoriteiten. In een video worden beelden van tentjes in Brussel getoond om asielzoekers te laten zien dat de opvang in België vol zit en om hen op te roepen daarom niet naar België te komen.
5.5.2. Daarnaast betrekt de Afdeling bij haar oordeel dat de Belgische autoriteiten ervoor kiezen om mogelijke oplossingen voor het opvangtekort niet in te zetten. De minister heeft op de zitting bij de Afdeling weliswaar gesteld dat de Belgische autoriteiten zich inspannen door onder meer procedures te versnellen en het personeelsbestand uit te breiden, maar betrokkene stelt zich terecht op het standpunt dat voor het oplossen van het geconstateerde opvangprobleem ook nog andere maatregelen mogelijk zijn naast het uitbreiden van de opvangcapaciteit, die de Belgische autoriteiten niet benutten. Bijvoorbeeld het verstrekken van leefgeld, zoals hiervoor onder 5.4.1 beschreven. De Afdeling betrekt hierbij ook dat uit informatie van Vluchtelingenwerk Vlaanderen en het rapport van Amnesty International blijkt dat de Belgische autoriteiten er niet voor hebben gekozen een spreidingsplan in te voeren, terwijl de Belgische Opvangwet daar wel in voorziet. Hoewel het de Belgische autoriteiten hier natuurlijk vrijstaat hun eigen afwegingen te maken, weegt het resultaat daarvan wel mee in de algehele beoordeling van de houding van de Belgische autoriteiten.
5.5.3. Verder is de Afdeling van oordeel dat de onverschilligheid blijkt uit de weigering van de Belgische autoriteiten om gerechtelijke uitspraken uit te voeren en dwangsommen te betalen.”
– ajoutez dans « Projets en cours » un noveau onglet :