MAGISTRATUUR & MAATSCHAPPIJ

M&M Connect Sharing Table ontmoetingen

Inspirerende halfjaarlijkse ontmoetingen voor leden

In oktober: met M&M het nieuwe gerechtelijke jaar in!

Receptie en netwerkontmoeting met een prikkelende amuse vooraf (tijdstip en locatie worden op voorhand via mail en via whatsapp meegedeeld) 

In februari: met M&M het glas heffen op het nieuwe jaar!

Receptie en netwerkontmoeting met een verfrissende amuse vooraf (tijdstip en locatie worden op voorhand via mail en via whatsapp meegedeeld) 

Voor meer info over aangesloten leden/effectieve leden, klik hier.

M&M Connect Sharing Table ontmoetingen

Inspirerende halfjaarlijkse ontmoetingen voor leden

In oktober: met M&M het nieuwe gerechtelijke jaar in!

Receptie en netwerkontmoeting met een prikkelende amuse vooraf (tijdstip en locatie worden op voorhand via mail en via whatsapp meegedeeld) 

In februari: met M&M het glas heffen op het nieuwe jaar!

Receptie en netwerkontmoeting met een verfrissende amuse vooraf (tijdstip en locatie worden op voorhand via mail en via whatsapp meegedeeld) 

Voor meer info over aangesloten leden/effectieve leden, klik hier.

Wat rechtvaardigheid betekent, hoor je in verhalen

Luc Decleir

Een pleidooi voor meer storytelling door iedereen die mee aan justitie werkt

door Luc De Cleir

Marketeers verkopen perfectie en de meeste communicatie echoot dat beeld. In een westerse maatschappij die steeds nadrukkelijker narcistische trekken vertoont, werkt dat ook: individualisme, zelfprofilering en de hunkering naar externe erkenning staan centraal. Sociale media spelen net hierin een nefaste rol. Het individu heeft het collectief verdrongen. Het grote probleem? We vertellen geen gedeelde verhalen meer, alleen nog verhalen over onszelf. Ook politici zijn meegegaan in die trend: ze bouwen aan hun persoonlijke merk, maar vergeten het grotere verhaal dat mensen verbindt.


Deze communicatieve trends leggen de klemtoon op de perfectie en het individu, dat is allerminst een realistisch doel voor rechtspraak. Die is mensenwerk in de vele gradaties van waarheid en gelijk. Er zal in de ogen van een partij altijd imperfectie bestaan, perfectie is geen realistisch doel. Andere doelen dienen zich aan: rechtvaardigheid, wapengelijkheid, laagdrempeligheid, participatie, gedragenheid, vertrouwen en efficiëntie. Op het collectieve verhaal en beleidsvisie rond deze waarden is het wachten geblazen.


Voor justitie als instituut is deze maatschappelijke evolutie een stille aardverschuiving: ze verandert ook de voorwaarden waaronder gezag en legitimiteit begrepen worden, dat wordt vaak nog onvoldoende ingezien. Gezag en legitimiteit moet je verdienen in de publieke ruimte.


Hoe justitie communiceerde lijkt niet deze kloof te kunnen dichten. Magistraten denken collectivistisch, systemisch en institutioneel. Collectivistisch, omdat hun ruggengraat – de wet – een uitdrukking is van collectieve waarden en afspraken. Systemisch, omdat ze individuele geschillen benaderen binnen het bredere geheel van rechtspraak en maatschappelijke ordening. En institutioneel, omdat hun handelen voortdurend afgestemd is op de rol, grenzen en waarden van de rechterlijke macht in een democratische rechtsstaat. Dit beïnvloedt hun taalgebruik, terughoudendheid, en de manier waarop ze communiceren en beslissingen motiveren. Daarom zijn magistraten van nature terughoudend in publieke communicatie, maar juist dat maakt het moeilijk om het belang van hun werk aan de burger uit te leggen. En dat is nochtans nodig, niet om het individu te paaien, maar om de individuele burgers het belang van de waarden van de wet en de rechtsstaat, een collectief product, te laten zien.


Want deze waarden staan onder druk. Ze staan onder druk van onderuit omdat er een kwalitatief deficit is (niet voor alle burgers werkt het recht) en een communicatiekloof gaapt (het werkt beter dan men vermoedt). En van bovenaf omdat men justitie budgettair uitknijpt zonder outputgericht of evidence-based beleid, waarvoor de motieven onduidelijk zijn. Hierdoor wordt justitie verzwakt en verschrompelt haar positie naast die van andere staatsmachten. Zo verliezen we niet zozeer de controlefunctie, maar de assertiviteit en legitimiteit van die controle. Dan bestaat ze vooral op papier en is ze in de praktijk waardeloos. Het is immers de publieke perceptie van de morele integriteit en de publieke legitimiteit van de rechterlijke macht die de andere machten in balans houdt.


Legitimiteit berust niet enkel op wettelijke grondslagen of grondwettelijke verankering. In een democratische samenleving heeft elke instelling ook nood aan:
– sociale legitimiteit: gedragen worden door de bevolking,
– communicatieve legitimiteit: zich zichtbaar en begrijpelijk positioneren,
– morele legitimiteit: als rechtvaardig en eerlijk ervaren worden.


Deze crisis legt dus niet alleen bloot hoe weinig ambitie men bestuurlijk heeft, hoe lastig communicatie is voor justitie, maar vooral hoe de rechterlijke orde zich in een kwetsbare positie bevindt. De rechter is een kwetsbaar instituut, hij is niet verkozen, hanteert wettelijke bepalingen die niet altijd even democratisch tot stand komen (in het bijzonder internationale wetgeving), en communiceert niet dusdanig dat die breed maatschappelijk begrepen wordt. Zelfs als de magistraat eigentijds en toegankelijk is, blijft het institutionele beeld dat van een gesloten bastion. De rechter echter tegenover de volkswil plaatsen is onjuist, gemakkelijk en bijzonder schadelijk. Ze maakt misbruik van de valse tegenstelling tussen de rechterlijke orde en de maatschappij, deels gebaseerd op een probleem van informatie, deels omdat men beleidsmatig justitie uitknijpt. Het anti-elitair denken maakt misbruik van de terughoudendheid van magistraten om de rechterlijke macht te beschadigen. Het tragische is dus dat de terughoudendheid van de magistraat – ingegeven door plichtsbesef en collectieve waarden en moraliteit – misbruikt wordt om de rechtsstaat, een uitgesproken collectief gegeven – te vernietigen. Het anti-elitaire heeft diepe wortels in het narcistische denken en spreken.


De oplossing voor de rechterlijke orde is assertieve storytelling. De boodschap van de rechterlijke orde moet assertief zijn, want ze moet zich manifesteren tegenover de andere staatsmachten. En je kan pas assertief zijn als je georganiseerd bent, het helpt uiteraard niet dat men uit honderden monden spreekt. Organisatie en leiderschap zijn in deze zin een noodzakelijkheid. Die hoeven de onafhankelijkheid niet te schaden. Zo herwin je de balans tussen de staatsmachten, niet door te eisen dat de anderen je respecteren. Als je respect moet opeisen, verlies je iets uit het oog. Het draait om de publieke strijd om legitimiteit en moraliteit in een arena waarin de burger de enige scheidsrechter is. Als justitie de burger wil meenemen in haar verhaal, zal het via storytelling zijn omdat die de brug kan vormen tussen collectieve tradities – zoals het vertellen van verhalen – en de emancipatie van het individu.


Storytelling is het gestructureerd overbrengen van betekenis via verhalen. Een verhaal is meer dan een opsomming van feiten: het verbindt gebeurtenissen aan emoties, personen aan waarden, en handelingen aan context. Een goed verhaal maakt complexe informatie begrijpelijk, roept herkenning op, en zet aan tot reflectie of handelen.


In een institutionele context – zoals justitie – gaat storytelling niet over verzinsels, maar over waarheidsgetrouwe, menselijk georiënteerde verhalen die abstracte processen tastbaar maken. Het zijn verhalen die recht doen aan de kern van de juridische praktijk: het zoeken naar balans, begrip, herstel en rechtvaardigheid.


Zo moeilijk kan dat niet zijn om die te vertellen, dagelijks worden er honderden boeiende verhalen verteld in de honderden zittingszalen. Justitie is van nature complex, abstract en traag. Haar werking ontsnapt daardoor aan de onmiddellijke beleving van burgers. Het gevolg is dat zij voor velen onbegrijpelijk, afstandelijk of zelfs onmenselijk overkomt.


Storytelling is een brug tussen de institutionele taal van het recht en de ervaringswereld van burgers. Verhalen versterken de sociale, communicatieve en morele legitimiteit. Ze maken zichtbaar wat anders onzichtbaar blijft: het dagelijkse engagement van rechters, griffiers, deskundigen, enz. Ze bouwen vertrouwen op: door kwetsbaarheid en menselijkheid toe te laten. Ze creëren verbondenheid: door te tonen dat justitie deel is van de samenleving, geen eiland daarbuiten.


Waarom worden deze verhalen nu niet verteld? Naast de eerder aangehaalde terughoudendheid, speelt er ook een discussie van mensen en middelen.


Ik vertegenwoordig als woordvoerder in Antwerpen en Limburg een organisatie van meer dan 1.000 mensen die honderdduizenden dossiers per jaar behandelt. In die rol werk ik – net als mijn collega’s van de steundienst, samen met persrechters, mensen die communicatie bovenop hun voltijds takenpakket als rechter nemen. Ik ben dagelijks getuige van het enorme engagement binnen justitie, maar ook van de structurele personeelstekorten en het schrijnende gebrek aan ondersteuning. In een tijdperk waarin communicatie essentieel is voor legitimiteit, heeft justitie nauwelijks de mensen, middelen of mandaten om haar verhaal te brengen — laat staan om dat verhaal te coördineren.


Zonder versterking blijft de rechterlijke orde te vaak zwijgen waar ze moet spreken, fragmenteren waar ze moet samenkomen, en verzwakken waar ze sterker moet staan. Dat is geen esthetisch of imago-probleem. Dat is een probleem van democratische hygiëne. Want als burgers het zwijgen van justitie interpreteren als afstand, als desinteresse of arrogantie, dan raakt de band met de rechtsstaat onherroepelijk beschadigd.


Het is dus tijd om dat verhaal samen te maken. Niet met slogans of campagnes die slechts rimpelingen veroorzaken, maar met een structurele investering in mensen die de stem van justitie vormgeven. En met leiderschap dat begrijpt dat legitimiteit niet alleen verdiend wordt in stilte, maar ook in het publieke domein. De toga moet geen harnas zijn, maar een kanaal.
Wie zwijgt over het recht, draagt ongewild bij aan de ontbinding ervan.